moheeka

Matthew Mojica Mojica de South Hwanghae, North Korea de South Hwanghae, North Korea

Lecteur Matthew Mojica Mojica de South Hwanghae, North Korea

Matthew Mojica Mojica de South Hwanghae, North Korea

moheeka

J'AIME AURBEY !!! il est mon vampire préféré dans l'existence littéraire, ou au moins de ceux auxquels j'ai été exposé. J'ai perdu le compte du nombre de fois que j'ai lu son livre, mais ça m'a toujours fait plaisir de le faire. C'est une lecture rapide et facile pour tout le monde (cela me prend environ 3 heures maintenant) et les murmures aléatoires de la romance ici et là tout au long sont vraiment agréables. Si quelqu'un sait où je peux trouver une forêt avec des roses noires poussant sur ses buissons, faites-le moi savoir immédiatement.

moheeka

Je n'aimais pas beaucoup Cloud Atlas, mais ce livre est facilement l'un des livres les plus agréables que j'ai lus depuis des années.

moheeka

le livre entier était vraiment incroyable ... jusqu'à la fin. Je pense que la fin aurait pu être beaucoup plus excitante. J'adore la façon dont il se passait tant de choses différentes que vous ne pouviez comprendre qu'à ce moment-là et rien d'autre et vous ne pouviez penser à rien d'autre. pour les trois dit que je lisais ce livre, je ne pouvais pas penser à autre chose que ce qui se passait dans ce livre. ma partie préférée était vraiment la façon dont l'auteur dépeignait les personnages fous élaborés. je veux dire, c'était incroyable.

moheeka

1955 Caldecott Medal Winner Il semble que Marcia Brown ait utilisé de l'encre, de la craie (?) Et peut-être un crayon de couleur pour créer ces dessins. Les dessins de cette histoire sont similaires à ceux de la version originale de Many Moons, un autre gagnant de Caldecott, et je ne suis pas un grand fan du style. L'encre suggère des contours et les couleurs vont partout. Certaines des photos sont superbes, et d'autres me semblent tout simplement désordonnées. Je dois aimer la Cendrillon de Perrault, cependant. Un conte de fées classique. J'ai une copie des contes de fées de Perrault en français avec des traductions en anglais, j'ai donc comparé ce texte à celui-ci. C'était à peu près la même chose, sauf que plutôt que l'apprivoisement "Cinderseat" de Brown pour le surnom utilisé par l'une des demi-sœurs, l'autre traducteur pensait que "Cinderass" était une meilleure approximation. Pas étonnant que Brown ait plutôt choisi "Seat" pour son livre pour enfants. J'ai été surpris que la belle-mère ne joue pas un rôle aussi important dans l'histoire de Perrault que les sœurs. Je suppose que depuis que j'ai vu diverses versions de films dans lesquelles la belle-mère était plus importante, je ne savais pas que son rôle d'origine était plus petit. Sa méchanceté n'est à peu près mentionnée qu'au début, puis elle est hors de l'histoire.

moheeka

De hydra verslaan: het onderzoek naar onsterfelijkheid Jonathan Weiner. Eindeloos leven: De zonderlinge wetenschap van onsterfelijkheid Onsterfelijkheid: het klinkt als een droom, een onbereikbaar iets, maar Jonathan Weiner laat in zijn boek ‘Eindeloos leven’ zien dat het wellicht niet zo onbereikbaar is als we denken. Onze levensverwachting wordt al steeds hoger, en in de twintigste en eenentwintigste eeuw raakt het onderzoek naar onsterfelijkheid in een hogere versnelling. Aan de hand van zijn gesprekken met Aubrey de Grey, een Britse gerontoloog en markant figuur, neemt Weiner de lezer mee op zijn ontdekkingstocht naar onsterfelijkheid; de feiten en de mythes, de dromen en het onderzoek. Weiner slaagt erin om ingewikkelde, soms ongrijpbare onderwerpen op een heldere manier uiteen te zetten en wisselt het feitelijke onderzoek naar de aftakeling van het lichaam en het bestrijden daarvan af met anekdotes over zijn gesprekken met Aubrey, wat het boek prettig maakt om te lezen. Hoewel Aubrey in het begin soms overkomt als een soort ‘maffe geleerde’, wordt al snel duidelijk (mede door de heldere structuur van zowel het boek als De Grey’s theorieën) dat hij weet waar hij het over heeft - en dat hij wellicht zelfs iets baanbrekends op het spoor is. We hebben nog een lange weg te gaan als het gaat om het bereiken van onsterfelijkheid, maar door systematisch onderzoek is De Grey erin geslaagd om zeven zogenaamde ‘dodelijke factoren’ te isoleren, zeven oorzaken van ouderdom op het niveau van mitochondriën, DNA en intracellulair afval. Wanneer we bijvoorbeeld de degeneratie en mutatie van cellen kunnen bestrijden en het afval dat zich gedurende de jaren in de cellen ophoopt op kunnen ruimen, is het dan mogelijk om het verouderingsproces te vertragen of zelfs in zijn geheel te stoppen? De Grey is er heilig van overtuigd dat dit mogelijk is, en dat hij het nog zal meemaken ook. De zevende ‘dodelijke factor’ op het lijstje van De Grey is celmutatie of kanker. Dit lijkt op het eerste gezicht een onoplosbaar probleem, maar niet voor Aubrey: wanneer we onze cellen niet zelf naar eigen inzicht laten muteren en veranderen maar dat proces in handen nemen, is het in theorie mogelijk om kanker als het ware voor te zijn. En volgens De Grey is ook dit iets wat in de niet al te verre toekomst ontwikkeld zal worden. In het voorlaatste hoofdstuk komt ook bekende bioloog Martin Raff aan het woord, ‘de grootste tegenpool van Aubrey die ik [Weiner] ooit ben tegengekomen’. Hij vertegenwoordigt de andere kant van het debat, de kant die ouderdom niet wil bevechten maar er vrede mee heeft en het zelfs geen bijster interessant wetenschappelijk probleem vindt. Deze opvatting is in zekere zin een verademing na het lezen van de eerdere hoofdstukken, omdat er nog altijd een vraag onbeantwoord blijft: stel dat we er inderdaad in slagen om ouderdom te bestrijden, willen we dat dan ook? Is het bereiken van een leeftijd van duizend jaar, of misschien wel nooit meer sterven, iets dat we na moeten streven? Aan de lezer om deze vraag te beantwoorden, want hoewel het boek een duidelijke structuur heeft en het probleem en de mogelijke antwoorden helder uiteenzet, blijft de lezer achter met een dubbel gevoel. Aan de ene kant lijkt het bestrijden van ouderdom iets wat niet binnen onze mogelijkheden ligt, het is een proces waarvan we denken dat we het niet kunnen stoppen. Maar aan de andere kant is het betoog van Weiner en De Grey zo helder uiteengezet dat je ergens wel móet twijfelen: wat als onsterfelijkheid toch dichterbij is dan we denken, als we maar wisten wat we moesten bestrijden? Weiner kijkt ervoor uit geen definitief oordeel te vellen, maar presenteert slechts zijn verhaal; hij stelt weliswaar kritische vragen, maar staat ook open voor de mogelijkheden die Aubrey hem heeft voorgelegd. Echt sprake van een conclusie is er niet, maar wie weet zien we over enkele jaren welke kant van het betoog terrein wint: zullen we de hydra, het onsterfelijke mythologische monster met de vele onsterfelijke koppen waar Weiner meerdere malen aan refereert en dat symbool staat voor de vele aspecten van ouderdom die we moeten bestrijden, uiteindelijk weten te verslaan?